Informatieoverdracht

Codedragers

Het is vanzelfsprekend, tussen een afstandsbediening en het te bedienen apparaat wordt informatie overgedragen. Hiertoe is een zogenoemde codedrager nodig.

In de meeste gevallen is het dragersignaal van een draadloze afstandsbediening een radiosignaal of een (onzichtbaar) lichtsignaal. Deze dragersignalen brengen voor elke bedieningshandeling unieke eenduidige informatie over; een zogenoemde code. Vrijwel elk merk gebruikt eigen codes voor hun afstandbediening, met als gevolg dat er in de praktijk een grote verscheidenheid aan codes bestaat.

 

Radiosignalen als codedrager (radiografische besturing)

Het zal eenieder als vanzelfsprekend voor komen. Voor het overdragen van radiosignalen zijn een zender in de afstandsbediening en een ontvanger in het te bedienen apparaat nodig.
Voor afstandsbedieningen zijn zenders (tot een begrensd vermogen) in de 433,92 MHz en de 869 MHz band wettelijk toegestaan.

De techniek waarbij met radiosignalen een code wordt overgedragen is simpel. De code wordt gevormd door de zender in een vastgestelde reeks van intervallen aan en uit te zetten. Aan de kant van de ontvanger ontstaat daardoor een reeks van hoge en lage signaalniveaus.
Dus:

• Zender uit: de ontvanger geeft codeniveau “0”.
• Zender aan: de ontvanger geeft codeniveau “1”.

Deze uitvoering van de Capturing-Remote-Controller is voorzien van een zender en ontvanger voor de zeer veel toegepaste frequentie van 433,92MHz.

 

Lichtsignalen als codedrager (besturing met licht)

De lichtdrager bestaat uit zogenoemd infraroodlicht (de golflengte is 940 nm). Deze kleur is “roder” dan het rood dat onze ogen nog kunnen waarnemen. Het zichtbare licht ligt namelijk tussen de 700 nm (rood licht) en 380 nm (blauw licht).

Bij lichtsignalen spreken we van een lichtbron (de zender) en een lichtsensor (de ontvanger).
Ook hier geldt: als de lichtbron uit is, is het codeniveau “0”.

De overdracht van codeniveau “1” verloopt echter anders dan bij de radiosignalen. De lichtbron brandt niet permanent tijdens het verzenden van codeniveau “1”, maar “knippert” met een vaste frequentie.

De praktijk is:

• Lichtbron uit: de sensor geeft codeniveau “0”.
• Lichtbron knippert: een afgestemde sensor ontvangt het knippersignaal
  en geeft codeniveau “1” af.

Opmerking

Met behulp van de camera van bijvoorbeeld een smartphone is dit infraroodlicht wel waar te nemen.

 

Waarom het “knipperen”?

Om te beginnen: de technische term voor het “knippersignaal” is carrier signal. Bij deze techniek wordt een vaste carrier frequency gebruikt in combinatie met een sensor afgestemd op diezelfde carrier frequency. Hierdoor is het mogelijk een zeer gevoelige detectietechniek toe te passen. Dit biedt de mogelijkheid een remote-controller op een comfortabele afstand (meer dan 10 m) te gebruiken.

De veel toegepaste carrier frequencies zijn: 30 kHz, 33 kHz, 36 kHz, 38 kHz, 40 kHz en 56 kHz.
Voor toepassingen van een systeem met een gemeenschappelijke enkele carrier frequency is dat geen probleem. Echter, een zelf registrerende universele remote-controller moet met de carrier frequencies van elk remote-systeem overweg kunnen. De Capturing-Remote-Controller is voorzien van een infraroodsensor die elke carrier frequency kan detecteren.


Mogelijkheden van de capture techniek

De capture techniek maakt het mogelijk de informatie van een remote-controller op basis van licht als drager, met een breedbandige lichtsensor vast te leggen, ongeacht de carrier frequency.

Voor radiosignalen als drager is, zoals reeds aangegeven, dit systeem uitsluitend geschikt voor de 433,92 MHz dragersignalen. Echter, toepassingen op basis van 869 MHz dragersignalen vallen wel binnen de mogelijkheden van deze capture techniek. In dat geval is vervanging c.q. uitbreiding met een ontvanger en zender voor de  869 MHz band noodzakelijk en er zijn wellicht ook andere aanpassingen aan de hardware nodig.


Bedieningscomfort en het maatwerk van het gebruikersinterface

Een belangrijk doel van afstandsbedieningen is het verhogen van het bedieningscomfort. Met een afstandsbediening in de hand is het niet meer nodig op te staan voor het bedienen van de TV. In het geval van een aan het plafond gemonteerde projector is een afstandsbediening zelfs noodzakelijk.

Echter de TV en de projector hebben sterk van elkaar afwijkende functies. Voor een optimaal bedieningscomfort zal elk van deze afstandsbedieningen dan ook over een eigen knoppenset van een specifieke signatuur moeten zijn voorzien. Met andere woorden: over een specifiek gebruikersinterface moeten beschikken.

Daarom is het belangrijk dat voor elke toepassing van een universele-remote-controller eenvoudig een intuïtief begrijpelijke gebruikersinterface is te maken.